skip to Main Content

Kabinet overweegt met dwang bouwlocaties aan te wijzen

– Een bouwlocatie in Amsterdam Houthavens, Ⓒ Hollandse Hoogte

 

Nu ook Oekraïners en asielzoekers met verblijfsstatus met spoed onderdak willen, is het voor de CDA-bewindsman zo mogelijk nog ingewikkelder om de woningcrisis op te lossen. „Er zijn heel veel groepen die huisvesting nodig hebben. De opgave was al groot en urgent, en die is nu nog groter en urgenter geworden.”

Groepen voorrang geven wil hij niet, veel bouwen moet soelaas bieden. De minister erkent dat het doel van jaarlijks 100.000 extra woningen mogelijk niet genoeg is. „Het is niet ondenkbaar dat het meer zou moeten zijn, vooral om te kunnen voorzien in tijdelijke huisvesting.”

Noodklok

De Jonge luidt de noodklok nu er door de komst van Oekraïners en de lange wachtrij statushouders nog meer vraag is naar toch al schaarse woningen. „Mijn grootste zorg is verdringing tussen groepen die een huis nodig hebben.”

En dan weet de woonminister nog niet eens hoeveel vluchtelingen uit Oekraïne op langere termijn huisvesting nodig hebben. „De aantallen zijn heel moeilijk in te schatten. Opvang die geschikt is voor de langere termijn is sowieso nodig. En daarna natuurlijk huisvesting.”

Het is nog onduidelijk hoe dat precies wordt geregeld, al zegt De Jonge te weten waar hij moet beginnen. Zo wil hij van leegstaande kantoorpanden woningen laten maken. „Het tweede wat nodig is, is dat we werken aan meer tijdelijke huisvesting, zoals prefab-woningen. Tijdelijke woningen om daarmee klaar te zijn voor grotere aantallen.” Die tijdelijke woningen zijn volgens de marktleider uitverkocht, dus dat is nog niet zo eenvoudig. Ondertussen is de vraag enorm, er wordt zelfs geopperd om speciale dorpen te bouwen voor vluchtelingen uit Oekraïne.

De Jonge weet bovendien dat in de asielopvang zo’n 13.000 zogeheten statushouders – asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen – ook nog wachten op een woning. „Dat zijn er 13.000 voor het eerste half jaar. Dat zijn er naar verwachting zo’n 25.000 over het jaar als geheel. Dat betekent dat dat bij de groep komt die sowieso al van huisvesting moet worden voorzien.”

Dan heeft de minister het nog niet eens over woningzoekenden uit Nederland, die door de compleet overspannen woningmarkt soms noodgedwongen bij hun ouders moeten wonen. Een van die groepen voorrang geven zegt hij niet te willen. „Ik vind eigenlijk dat we alle groepen moeten bedienen die dringend op onze hulp wachten.”

De praktijk toont echter aan dat alle groepen bedienen op dit moment niet lukt. „We zullen toch moeten kijken hoe ver we komen”, vertelt De Jonge. „Je kunt namelijk niet zeggen dat een groep voorrang verdient. Dat gaat altijd ten koste van een andere groep. Stel dat het niet zou lukken om statushouders onder te brengen. Dat zou betekenen dat de COA opvang vol zit met mensen die eigenlijk al uitgeplaatst zouden moeten worden.”

In de wachtrij

De bewindsman zegt te willen voorkomen ‘dat een van de groepen in de verdrukking komt’, al is hij er als politiek verantwoordelijk minister wel voor verantwoordelijk dat nu alle woningzoekende groepen in de verdrukking zitten. „We moeten dus gewoon voor heel veel plekken zorgen. Maar dat is een ongelooflijke monsterklus.”

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de woningbouwproductie moet worden verhoogd naar 100.000 nieuwe woningen per jaar. Dat aantal zou volgens zijn berekeningen pas in 2024 worden gehaald. De Jonge erkent dat het streefgetal wellicht nu al is achterhaald.

Bovendien wordt een aanwijzing in het akkoord genoemd als middel om gemeenten of provincies te dwingen om te bouwen. De minister kondigde bij zijn aanstelling met veel bombarie ’meer regie’ aan en zegt dat middel niet te schuwen als nieuwe woningen er te traag komen. „Dat is zeker denkbaar, maar ik weet niet op voorhand of dat noodzakelijk zal zijn.”

Hij vertelt welwillende bestuurders van gemeentes en provincies te spreken. Maar als er te lang discussie is over of een locatie geschikt is, kan het volgens de bewindsman nodig zijn om zelf een knoop door te hakken. „Dus ik sluit ook niet uit dat we alle instrumenten in zullen moeten zetten.”

Back To Top